Fragment van een gevoel

De straat is ijsvrij vandaag, ik kan tot aan je voordeur komen,

achter de taxus weggedoken, uit vrees voor banaal gerucht

en verbeelde minnaars die met hun aubades bij jou meer kansen

maken. Ik een oud hert dat nog om een hinde te vechten dacht.

 

Ik beloof je geen marmeren muren, geen gordel van smaragd,

niet in een zilveren kistje vol stenen van amethist, agaat en

vlinderkleuren bied ik je een vriendschap aan, verlucht met

ranken die weerbarstig groeien uit de grondas van mijn hart.

 

Door de uitsparingen in mijn dagen adert het verlangen naar

je stem, je ranke lijf even aan te raken, je aalbesrode mond,

om het meisje in jou weg te roepen uit het silhouet van plicht

en drang, maar lees in dit voorwerk van verfijnde  woorden

 

geen bezeten zijn, eerder het minzaam afstand houden van

een nagebleven troubadour die weet dat in woorden en

stiltes het leven langsgaat en niet blijft.  Soms daagt in mij

als een waas de dag dat jij, muze, me uit het oog verliest.

 

Uit de voortuin van je slapeloze droom vliegt een musje weg,

opgeschrikt door de vroege spreeuwendans in de ijle lucht.

Er is altijd iets dat ongevraagd een kwaad ogenblik verzacht.

 

14 februari 2012  Valentijnsdag