Bernice 1

Bernice- 1

In het stadspark rechtop gezeten teken

ik op een wolk, op een pastinaak witte wolk

losjes je contouren uit,  bedenk je ogen die

mijn uitgestrekte leven hebben  aangerijkt.

 

Nu  bengel je boven de kronen van bomen,

boven de befaamde ijssalon, zoals een zoete

appel die aan de hoogste tak rijpend  buiten

het bereik van gretige handen is gebleven.

 

Je afglans, een scherm tegen weemoed en nacht.

Er is niet veel nodig, een ingewoonde tafel,

het breken van brood en wijn, het liefst  geen

fonkelwoorden.

 

In het begerig licht van dit ontmoeten geven

wij ontroerde dingen vrij, stukjes gekleurd glas

van wrang verlies, liefdes die verloren dorden,

het herbarium in  ieders hart.

 

Op de kasteelgracht drijft een zwarte zwaan

onzegbaar statig aan mijn kant voorbij.  Aan

de overzij van het water ontkent een sjieke

boom halsstarrig zijn herfst en storm.

 

Ik sta op en in een staat van schichtige

opwinding kras ik als in mijn vlegeljaren

je naam voluit in het stugge hout.                                                  1  november 2012