Genadebrood

Genadebrood

 

April. Merels, mussen, meeuwen zomen meanderend

het luchtruim af, paardenbloemen blazen al de eerste

zaadpluimen in de rondte. Op wiegend fluitekruid

slaapt een pyjamawants. Een boomgaard van bloesem

vergeven. Ik word tachtig en weet niet onder welke dakpan

het neuroarchief van mijn weemoed ligt opgeslagen: hoe het

was en wie ik ben. Een uur geleden knipte ik een foto

uit een overblijvende krant, van een vogeltje, of beter

van een fossiel ingekleed in dons. 127 miljoen jaar terug,

volgens geleerden een tegendraadse vogel uit het Krijt,

uit het nest gevallen, ergens in wat nu Spanje heet, toen

de continenten nog verder uit elkaar dreven. Ik voelde

de drang om een tijdbalk te kalken op de muren van

de boerderij, maar hoeveel stenen is een miljoen jaar

op schaal, ik kom gevels tekort om tot nu te geraken.

Vandaag word ik tachtig en snijd ik voor mijn gasten

aan de dooraderde tafel van herinneren en beminnen

het genadebrood aan van de tijd.

 

24 april 2020